Begroting 2021

Paragrafen

Paragraaf Financiering

Treasuryfunctie en -beleid
Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. En dit op een zodanige wijze, dat risico’s en kosten worden geminimaliseerd en opbrengsten worden geoptimaliseerd.

De wettelijke kaders voor de uitvoering van de treasuryfunctie liggen onder andere vast in de wet financiering decentrale overheden (fido) en de daarbij behorende ministeriële regelingen en de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof). De kaders voor de treasuryfunctie zijn vastgelegd in het Treasurystatuut. Daarin ligt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vast in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Ook besteedt het treasurystatuut aandacht aan de bevoegdheden en administratieve organisatie.
Sinds 2013 houden decentrale overheden overtollige kasmiddelen verplicht aan bij 's Rijks schatkist en mogen middelen eventueel onderling worden uitgeleend.

Beleidskader 2021 - 2024
Voor de komende jaren wordt een financieringsoverschot verwacht dat afneemt van € 28,9 miljoen tot € 5,8 miljoen eind 2024. Deze afname wordt voornamelijk veroorzaakt door een investeringsprogramma van in totaal netto € 28,3 miljoen tegenover een afschrijvingentotaal van € 7,3 miljoen.
Wanneer het investeringsprogramma volledig dat wil zeggen voor € 44,0 miljoen conform de begroting uitgevoerd zou worden slaat het financieringsoverschot zelfs om in een tekort van € 6,8 miljoen eind 2024. Gezien de jaarlijkse kredietoverhevelingen bij de jaarrekeningen is het niet realistisch te veronderstellen dat het volledige programma conform planning gerealiseerd kan worden. Er wordt dan ook van uit gegaan dat een investeringstotaal van € 15,5 miljoen eerst na 2024 ter hand genomen zal kunnen worden.
De invloed van de investeringsvoornemens uit de Kadernota 2021 is zowel op de exploitatie als de liquiditeitsontwikkeling aanzienlijk. Met te verwachten verkoopopbrengsten van gemeentewoningen is vooralsnog niet gerekend; de daaruit voortvloeiende liquiditeiten zijn derhalve ook nog niet in de afname van het financieringsoverschot verwerkt.

Een wezenlijke afweging bij de bepaling van het financieringsbeleid wordt gevormd door het beschikbaar houden van eigen middelen onder het beleidsuitgangspunt om geen schulden aan te gaan. Dit beperkt het vermogen om overtollige middelen lang uit te zetten (bij andere decentrale overheden). De beschikbaarheid van liquiditeit weegt zwaarder dan het realiseren van rentebaten. ‘Geluk bij een ongeluk’ is hierbij dat het bij de huidige rentemarktverwachtingen zo goed als ondoenlijk is om op korte(re) termijn enige rentebaten te realiseren; zo ook bij het onder het schatkistbankieren toegestane uitzetten bij andere decentrale overheden (hoewel hoger dan over de bij het Rijk aangehouden kasoverschotten). We laten dus eigenlijk geen geld liggen en bij de huidige negatieve rentestanden kost het dus eigenlijk ook niets.
Hoewel dit zich niet zal voordoen wordt er in situaties van tijdelijk liquiditeitstekort naar gestreefd om de financieringslasten tot een minimum te beperken. Afgezet tegen de tarieven voor de kortere looptijden voor kort geld (d.w.z. perioden tot 1 jaar), is het voordelig om de rekening-courant-faciliteit bij BNG (maximaal) in te zetten. Deze wijze van financiering wordt beperkt door de maximaal aan te trekken hoeveelheid korte middelen die tot uitdrukking komt in de kasgeldlimiet.

Financieringspositie 2021
Begin 2021 bestaat de beleggings- en financieringsportefeuille ad € 28,9 miljoen naar verwachting uit:

Tabel 25  Verwachte beleggingsportefeuille per 1 januari 2021   (bedragen x € 1.000)

Uitgezette c.q. opgenomen middelen

Looptijd

Bedrag per 1 januari 2021

Gemiddeld rente-percentage

Expiratie

Uitgezette gelden

BNG rekening courant

354

0,0

dag.opvr.

Langlopende leningen u/g

2.266

div.

Schatkistbankieren rekening courant

26.538

0,0

dag.opvr.

Opgenomen gelden

Belegde spaarpremies hypotheken

-292

Saldo uitzettingen en opgenomen middelen

28.866

Ontwikkeling liquiditeit
In de berekening van de korte termijn, liquiditeitsprognose dienen de lange termijn-/ kapitaalmarkt uitzettingen en financieringen buiten beschouwing te worden gelaten. De beleggings- en financieringsportefeuille van begin 2021 heeft naar verwachting een overschot aan kort geld van ca. € 26,9 miljoen in zich. In de loop van 2021 zal dit afnemen tot ca. € 148 miljoen.
De liquiditeiten zullen de komende jaren ingezet worden om de investeringsuitgaven te kunnen doen zonder hiervoor externe financiering aan te trekken.

De prognosebalans is opgesteld in de veronderstelling dat van de uit eerdere besluitvorming openstaande (investerings-) kredieten van in totaal € 7,5 miljoen aan het eind van het lopende begrotingsjaar ca. € 4,0 miljoen zal zijn uitgegeven. Ook voor de in het meerjarenperspectief opgenomen nieuwe (vervangings)investeringen wordt er van uitgegaan dat deze niet direct in het eerste jaar tot volledige uitgave zullen leiden. Deze aanname brengt voor de komende jaren de volgende kasuitgaven met zich mee: € 11,4 miljoen in 2021, € 7,2 miljoen in 2022, € 5,6 miljoen in 2023 en € 4,0 miljoen in 2024.

De in de financiële begroting en bijlagen opgenomen bedragen voor balansposten zijn uiteraard wel opgesteld conform de besluitvorming; daar wordt niet uitgegaan van een aangepaste investeringsplanning en liquiditeit.

Tabel 26  Geprognosticeerde balans (bedragen x € 1.000)

Boekwaarde per 31 december

2020

2021

2022

2023

2024

ACTIVA

Materiële vaste activa

Volgens staat C

39.330

48.851

54.006

57.359

59.145

Financiële vaste activa

Uitzettingen

0

0

0

0

0

langlopende leningen u/g

2.266

2.248

2.231

2.188

2.170

Kapitaalverstrekkingen/deelnemingen

455

455

455

455

455

Voorraden

MPG (bouwgrondexploitaties)

0

0

0

0

0

Uitzettingen < 1 jaar

vorderingen openbare lichamen *

6.287

6.287

6.287

6.287

6.287

Rek Courant met Rijk ***

26.538

14.408

9.034

5.665

3.599

Rek Courant niet financieel *

90

90

90

90

90

Overig *

4.466

4.466

4.466

4.466

4.466

Liquide middelen **

354

354

354

354

354

Overlopende activa *

2.918

2.918

2.918

2.918

2.918

Totaal activa

82.704

80.179

79.841

79.783

79.485

PASSIVA

Eigen Vermogen

   Algemene reserves

53.069

52.990

52.960

52.960

52.960

   Bestemmingsreserves

5.153

3.761

3.222

3.222

3.222

Vreemd Vermogen

Voorzieningen

15.936

14.888

15.124

15.071

14.788

Vaste geldleningen

118

113

108

103

98

Kortlopende schulden < 1 jaar *

5.006

5.006

5.006

5.006

5.006

Overlopende passiva *

3.422

3.422

3.422

3.422

3.422

Totaal passiva

82.704

80.179

79.841

79.783

79.485

*Voor deze posten die eigenlijk uit de bedrijfsvoering volgen, is uitgegaan van het 3-jaarsgemiddelde van de jaarrekeningen sinds 2017.
** De post liquide middelen is gebaseerd op het banksaldo waarboven wordt afgeroomd naar de schatkistbankrekening.
*** De ontwikkeling van het financieringssaldo wordt weergegeven in de ontwikkeling van de post rekening courant met het Rijk.

Netto schuldquote
Omdat Wassenaar geen langlopende geldleningen heeft aangetrokken, geen leningen heeft (door)verstrekt aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen en dit voorzienbaar de komende tijd ook niet zal doen, bedraagt de verwachte netto schuldquote per 1 januari 2021 ongeveer -54,0% en gecorrigeerd voor alle leningen -57,8%. Aan het eind van 2021 zijn deze waarden naar verwachting afgenomen tot respectievelijk -32,1% en -35,7%. Deze ontwikkeling komt overeen met afname van het leningoverschot van ongeveer € 12,1 miljoen.

Renteontwikkeling 2021
Sinds de laatste aanpassing van 10 maart 2016 door de Europese Centrale Bank van het tarief voor de herfinancieringsrente bedraagt deze de historisch lage 0,00%. Banken kunnen dus om niet kort geld lenen bij de ECB. Op de interbancaire geldmarkt geldt evenwel een nog lager 3-maandstarief van –0,49%.
De Nederlandse economie krimpt in 2020 naar verwachting met 4,0% (Eurozone -7,5%) en neemt in 2021 met 3,2% toe (Eurozone 3,5%). De Nederlandse inflatie is in 2021 met 1,7% hoger dan het verwachte Euro-gemiddelde van 1,2%.
De negatieve korte rente zal door het blijvend ruime monetaire beleid niet noemenswaardig wijzigen. De lange rentetarieven zullen naar verwachting met enkele tiende procenten minder negatief worden maar blijven negatief.
Uitgaande van het Economisch beeld van BNG van 17 augustus jl. wordt halverwege 2021 een korte (3 maands)rente van ca. -0,48% verwacht voor kasgeld. De depositovergoedingen van het agentschap van het Ministerie van Financiën blijven daarmee ook op –0,4%. De verwachting voor de 10-jaarsrente aan het begin van 2021 bedraagt afgerond 0,1%. De verwachte gemiddelde 10-jaarsrente over 2021 bedraagt 0,3%.

Rente- en beleggingsresultaat 2021
Op basis van bovenstaande ontwikkelingen en verwachtingen wordt voor 2021 per saldo een verwaarloosbaar positief rente- en beleggingsresultaat van € 5.000 geraamd. Het voordeel wordt door de op de ambtenarenhypotheken ontvangen rente veroorzaakt.

Risicobeheer
Alle treasury-activiteiten vinden plaats binnen de kaders, richtlijnen en limieten als vastgesteld in het Treasurystatuut en overige wetgeving (voor zover deze niet in het Treasurystatuut zou zijn verwerkt).

Toezichtnormen
De kasgeldlimiet stelt een bovengrens aan de netto-vlottende schuld en beperkt daarmee het renterisico op de korte schuld. De limiet wordt bepaald voor korte financiering met een rente-typische looptijd van maximaal 1 jaar en wordt gerelateerd aan het begrotingstotaal.
Met een begrotingstotaal van ca. € 63,8 miljoen bedraagt de kasgeldlimiet voor 2021 € 5.429.000 (8,5%). Ten opzichte van de begroting voor 2020 neemt hierdoor het bedrag dat aan korte termijnfinanciering kan worden aangetrokken ter financiering van de publieke taak met € 299.000 toe.

Tabel 27  Prognose kasgeldlimiet 2021 (bedragen x € 1.000)

Prognose kasgeldlimiet 2021 aan het begin van het kwartaal

1 e kwart.

2 e kwart.

3 e kwart.

4 e kwart.

1. Gemiddeld liquiditeitssaldo (bruto)

26.892

23.860

20.827

17.795

2. Kasgeldlimiet

5.429

5.429

5.429

5.429

3. Ruimte onder de kasgeldlimiet (2+1)

32.321

29.289

26.257

23.224

4. Overschrijding van de kasgeldlimiet (2+1)

-

-

-

-

5. Minimaal aan te trekken lange financiering 2021 (cumulatief) (4)

-

-

-

-

Zoals eerder gesteld heeft het liquiditeitsoverschot een structureel karakter dat in de loop van het huidig meerjarenperspectief zal afnemen (dit voornamelijk als gevolg van voorgenomen investeringen en het onderhoud van de openbare ruimte).
De kasgeldlimiet wordt in 2021 niet overschreden. Er wordt dus geen lange financiering aangetrokken.

Het renterisico op de lange financiering (langer dan een jaar) wordt beperkt door de renterisiconorm die aangeeft in hoeverre er sprake is van een verantwoord geachte spreiding van aflossingen en herfinanciering in de leningenportefeuille. Spreiding dient te voorkomen dat in enig jaar een relatief groot deel van het vreemd vermogen geherfinancierd dient te worden en/of dat renteaanpassing plaats zal vinden in perioden waarin de rente relatief hoog is.
De renterisiconorm zorgt er voor dat rentestijgingen vertraagd doorwerken op de rentelasten en –baten in enig jaar. Overschrijding van de renterisiconorm betekent dat de gemeente in een bepaald jaar een groter renterisico op de bestaande lange schuld loopt dan de toegestane 20% van het begrotingstotaal.

Ervan uitgaande dat in beginsel eerst in de tijdelijke liquiditeitsbehoefte zal worden voorzien met goedkoper kort geld en dat daarvan slechts wordt afgeweken om overschrijding van de kasgeldlimiet te vermijden en rekening houdend met de vrijvalkalender van de financieringsportefeuille, laat de eerder geschetste ontwikkeling van de gemeentelijke liquiditeitspositie zich vertalen in het navolgende meerjarenbeeld voor de renterisiconorm:

Tabel 28 Prognose renterisico vaste schuld (bedragen x € 1.000)

Renterisico vaste schuld

2021

2022

2023

2024

1

Renteherzieningen

0

0

0

0

2

Aflossingen

0

0

0

0

3

Renterisico (1 + 2)

0

0

0

0

4

Renterisiconorm

12.775

12.618

12.569

12.700

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4-3)

12.775

12.618

12.569

12.700

5b

Overschrijding renterisiconorm (4-3)

4a

Begrotingstotaal

63.875

63.088

62.844

63.502

4b

percentage regeling

20%

20%

20%

20%

4

Renterisiconorm (4a x 4b)

12.775

12.618

12.569

12.700

Wet Houdbare overheidsfinanciën
Volgens Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). In 2013 is de Wet houdbare overheids-financiën aangenomen waarmee decentrale overheden een gelijkwaardige inspanning leveren bij het streven te voldoen aan de Europese begrotingsdoelstellingen.

De wet komt er op neer dat het begrotingstekort (lees: de geldschepping) door alle mede-overheden (dus inclusief provincies en waterschappen) beperkt dient te blijven tot een jaarlijks afnemende afgeleide norm van voor 2020 inmiddels 0,40% van het bruto binnenlands product (bbp). Om hun EMU-saldo te kunnen monitoren worden voor gemeenten en provincies jaarlijks in de septembercirculaire individuele EMU-referentiewaarden gepubliceerd.

In 2021 bedraagt de referentiewaarde voor Wassenaar uitgaande van de gemeentelijke 0,27%-norm € 2,143 miljoen. Het betekent in EMU-termen dat de uitgaven ca. € 2,1 miljoen groter mogen zijn dan de inkomsten zonder gestraft te worden indien en alleen dan wanneer de gehele overheid de in Europees verband toegestane norm zou overschrijden.

Tabel 29

Berekening EMU-saldo         (bedragen x € 1.000)

2020

2021

2022

2023

2024

EMU-SALDO

-11.908

-12.142

-5.387

-3.407

-2.079

EMU-SALDO referentiewaarde (2022 e.v. bij benadering)

-2.487

-2.143

-2.248

-2.225

-2.216

Verschil EMU-saldo & referentiewaarde

-9.421

-9.999

-3.139

-1.181

137

Activa

Financiële vaste

Kapitaalverstrekkingen en leningen

-264

-18

-18

-43

-18

Activa

Uitzettingen

0

0

0

0

0

Mutaties

Vlottende activa

Uitzettingen

-9.527

-12.130

-5.374

-3.369

-2.066

( 1 jan

Liquide middelen

0

0

0

0

0

tot

Overlopende activa

-884

0

0

0

0

31 dec)

Passiva

Vaste Passiva

Vaste schuld

-174

-5

-5

-5

-5

Vlottende passiva

Vlottende schuld

1.638

0

0

0

0

Overlopende passiva

-231

0

0

0

0

Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

0

0

0

0

0

De met de realisatie gecorrigeerde raming voor 2020 laat een geldscheppend effect zien van € 11,9 miljoen dat in belangrijke mate valt toe te schrijven aan de nog voor 2020 verwacht te realiseren investeringsuitgaven van € 4,0 miljoen en de voorgenomen € 5,7 miljoen aan onderhoudsuitgaven voor de openbare ruimte.
2021 geeft eveneens een geldschepping te zien van € 12,1 miljoen te zien waarmee de maximaal toegestane referentiewaarde van € 2,1 miljoen zal worden overschreden. Die overschrijding leidt waarschijnlijk niet tot sancties omdat de landelijk gerealiseerde norm over 2021 naar verwachting weer net als voorgaande jaren, binnen de norm zal blijven. Oorzaak is met name het bij de decentrale overheden aanwezige planningsoptimisme bij investeringen.

VNG adviseert gemeenten dan ook om niet heel strak te sturen op de EMU-referentiewaarde. Tussen de decentrale overheden worden plussen en minnen ten opzichte van de individuele EMU-referentiewaarde namelijk gesaldeerd en strikte focus op de eigen norm leidt mogelijk tot een onnodig uitstel van investeringen door gemeenten.

De EMU-systematiek werkt daarnaast op een andere manier dan het baten-lastenstelsel dat decentrale overheden hanteren. Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben.
In plaats van focus op het EMU-saldo kunnen gemeenten beter sturen op de ontwikkeling van de hoogte van de schuld. Als Wassenaar hebben wij aandacht voor de financieringspositie van onze gemeente via de jaarstukken en begroting en de daarin verplicht opgenomen paragrafen Financiering en Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Na 2021 zal de geldschepping een aantal jaren boven de referentiewaarde blijven uitkomen als gevolg van de voorgenomen investeringsimpuls. Wij zullen moeten blijven monitoren of bij dreigende landelijke overschrijdingen tot temporiseren van de investeringswensen moet worden overgegaan.

Berekening omslagrente 2021       (bedragen x € 1.000)

a.

Externe rentelasten over de lange en korte financiering

27

b.

Externe rentebaten

32

-

Totaal door te rekenen externe rente

5

-

c1.

Rente toe te rekenen aan grondexploitaties

0

-

c2.

Rente projectfinanciering toe te rekenen aan taakveld

0

-

c3.

Rentebaten van doorverstrekte leningen indien daar

projectfinanciering voor is aangetrokken

0

+

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

5

-

d1.

Rente over eigen vermogen

0

+

d2.

Rente over voorzieningen

0

+

Aan taakvelden toe te rekenen rente

5

-

e.

Werkelijke aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

0

-

f.

Renteresultaat op het taakveld Treasury (voordeel)

5

-


Met een negatief toe te rekenen rente is sprake van een omslagrente van 0%. De kapitaallasten bestaan daarmee alleen uit afschrijvingen.

Kasstroomoverzicht (Staat van herkomst en besteding der middelen)

Bedragen x € 1.000

Begroting 2021

Toename:

Stortingen in reserves

150

Stortingen in voorzieningen

3.034

Afschrijvingen

1.754

Aflossingen verstrekte geldleningen/deelnemingen

18

Begrotingssaldo

187

totale toename

5.143

Afname:

Netto investeringen

-11.376

afname vaste schulden

-5

Beschikking over reserves

-1.622

Beschikking over voorzieningen

-4.082

totale afname

-17.085

Mutatie liquide middelen 

-11.943

Waarvan:

Afname rekening courant met Rijk

-12.130

Begrotingssaldo (nog niet bestemd)

187

Deze pagina is gebouwd op 10/13/2020 14:30:28 met de export van 10/13/2020 14:21:07